De landelijke politie en Ekomenu gingen in gesprek met boer Joep van de Bool, eigenaar van biologische tuinderij De Waog in Limburg. Op zijn akkers werkt hij elke dag samen met de natuur om groenten te verbouwen zonder chemische bestrijdingsmiddelen of kunstmest. In dit gesprek vertelt Joep waarom biologische teelt voor hem geen trend is, maar een bewuste keuze voor gezonde bodems, gezonde voeding en een duurzamere wereld.
Bioboer Joep over gezond eten, klimaat en de echte prijs van ons voedsel.
In januari gaan 19 politiemedewerkers de uitdaging aan: een maand lang veganistisch én biologisch eten, met maaltijdboxen van Ekomenu. Geïnspireerd door de documentaire The Game Changers willen ze ervaren wat plantaardig en puur eten doet voor hun energie, gezondheid en werk. Maar waar komt dat eten eigenlijk vandaan?
Daarvoor ging de politie in gesprek met Joep van den Bool (40), biologische tuinder in Limburg en leverancier van Ekomenu. Op tuinderij De Waog teelt hij met zijn familie een grote diversiteit aan groenten.
Opgegroeid tussen de groenten
Joep is letterlijk opgegroeid op de tuinderij. Zijn opa begon ooit met een kleine gemengde boerderij met wat koeien en varkens. Zijn ouders schakelden in 1981 over op biologisch, uit principe.
“Mijn vader had bij een chemisch bedrijf gewerkt en van dichtbij gezien hoe de chemie werkt. Vanuit die ervaring besloten mijn ouders: dit kan anders, gezonder, eerlijker. Toen was er bijna nog geen markt voor bio. Ze waren echt pioniers.”
De beginjaren waren zwaar. Biowinkels gingen regelmatig failliet, investeringen waren moeilijk en er waren momenten dat de familie serieus overwoog te emigreren. Toch hielden ze vol. In 1998 startten ze één van de eerste bezorgdiensten met biologische groente – lang voordat maaltijdboxen “hip” werden. “Wat nu heel normaal is, was toen gat in de markt. Maar het werd zó groot en zó intensief, dat het telen eronder leed. Uiteindelijk hebben we die bezorgdienst verkocht en zijn we teruggegaan naar waar ons hart ligt: gewoon goed telen.”
Biologisch telen: de bodem als maag
Wat maakt biologische teelt nu anders? Voor Joep begint alles bij de bodem.
“In de biologische landbouw voed je de bodem, en de plant haalt daaruit wat hij nodig heeft. De bodem is eigenlijk de maag van je bedrijf.” In plaats van kunstmest en snelle “recepten” voor planten, werkt De Waog met:
- Vruchtwisseling: hetzelfde gewas komt slechts eens in de zes jaar op hetzelfde perceel. Dat houdt ziektedruk laag en de grond gezond.
- Organische mest en compost: vaste mest met stro in plaats van “spuitpoep”, om het bodemleven te voeden.
- Weerbare bodem: een rijk bodemleven maakt planten sterker, waardoor er minder ziekten optreden.
“In gangbare systemen wordt de grond soms gebruikt als een soort substraat. Je gooit er precies de juiste hoeveelheid stikstof, kali en fosfaat op volgens een recept en de plant groeit wel. Maar als je dat te vaak doet, gaat het op termijn juist slechter.”
Voor Joep is de link met gezondheid dan ook logisch: een gezonde bodem → gezonde plant → gezond voedsel → gezondere mens.
Klimaatverandering: last én kans
Ja, ook Joep merkt wat van klimaatverandering. Vooral de droogte van de laatste jaren valt op. Maar in plaats van alleen te klagen, kijkt hij ook naar de kansen. In 2014 experimenteerde hij met een gewas dat tot die tijd voornamelijk uit warme landen kwam: zoete aardappel. Na een kleine proef volgde een grotere. Inmiddels is het uitgegroeid tot het grootste product op het bedrijf.
“Zoete aardappelen kwamen altijd uit Spanje, Portugal, Amerika of Egypte. Toen ik zag dat ze zelfs in Canada werden geteeld, dacht ik: als het daar kan, dan hier ook. Inmiddels telen we zo’n duizend ton per jaar.”
Ook watermeloenen en zelfs een eerste proef met olijven staan inmiddels op zijn land: duidelijke voorbeelden van hoe teelten opschuiven door een warmer klimaat. Dat neemt niet weg dat de extremen – hevige buien, langdurige droogte – echte uitdagingen zijn. Maar Joep blijft nuchter:
“Verandering is van alle tijden. De kunst is je aanpassen. Je kunt blijven zeggen dat vroeger alles beter was, maar daar verandert het weer niet van.”
De echte prijs van voedsel
Een groot zorgpunt van Joep zijn de stijgende personeelskosten en de scheve waardering in de voedselketen. “Iedere leverancier stuurt brieven: ‘door gestegen kosten zijn we genoodzaakt onze prijzen te verhogen’. En iedereen slikt dat. Maar als wij als telers vragen om een paar cent erbij, is het moeilijk.” Vooral bij arbeidsintensieve, niet-geautomatiseerde teelten knelt het:
- Lonen zijn in korte tijd flink gestegen.
- Grondprijzen zijn verdubbeld.
- Veel consumenten willen nog steeds vooral zo goedkoop mogelijk.
“Goed eten heeft gewoon zijn prijs. Biologisch is niet te duur, gangbaar is te goedkoop. Als het altijd voor de allerlaagste prijs moet, dan houd je bepaalde teelten gewoon niet meer in Nederland.”
Toch vindt hij niet dat de rekening nog verder bij de boer moet worden gelegd. Efficiënter werken in de keten, minder marge ertussen en biologisch meer mainstream maken, ziet hij als deel van de oplossing.
Wat kan de consument doen?
De gemiddelde inwoner van Nederland heeft geen connectie meer met de agrarische sector. Als je vroeger in een dorp woonde, was er altijd wel iemand binnen de familie die een agrarisch bedrijf had of een volkstuin. Er was altijd een connectie met agrarisch. Mensen wisten beter waar het eten vandaan kwam en wat er allemaal voor nodig is. Die verbinding moeten we terug zien te vinden, zegt Joep.
Wat kunnen wij als eters – en in dit geval: politiemedewerkers – concreet doen om duurzame landbouw te steunen?
Joep noemt drie dingen:
- Kies vaker biologisch Daarmee steun je systemen die investeren in bodem, biodiversiteit en gezondheid.
- Eet met de seizoenen mee “Het is leuk dat we boontjes uit Senegal kunnen halen, maar je kunt ook prima diepvriesboontjes eten die hier in de zomer zijn geoogst. Daar is niks mis mee.”
- Kijk verder dan de laagste prijs Bedenk dat achter elke krop sla, elke pompoen en elke zoete aardappel een boer staat die lange dagen maakt en risico’s draagt.
Boodschap aan de deelnemers van de challenge
Tot slot: wat wil Joep de politiemedewerkers meegeven die een maand lang vegan en biologisch gaan eten met Ekomenu?
“Het mooie van zo’n maaltijdbox is dat je uit je sleur wordt gehaald. Je eet eens iets totaal anders – nieuwe groenten, nieuwe smaken. Het verruimt je blik. En je merkt hoe je met een paar simpele, pure ingrediënten iets héél lekkers kunt maken.”
Wil je ook een duurzame challenge doen met Ekomenu? Neem dan nu contact op via samenwerken@ekomenu.nl.